"Het toepassingsgebied van het EEX-Verdrag is niet afhankelijk van de woonplaats, noch van de nationaliteit van partijen die in een geding betrokken zijn."
Wat betreft nationaliteit heeft eiser gelijk. Met betrekking tot woonplaats is de EEX het niet met hem eens. EEX stelt specifiek (art. 2 en 3) dat rechtszaken gevoerd dienen te worden in het land waar de gedaagde woont. Artikel 5.3 maakt een uitzondering voor wat betreft de plaats waar de schade heeft plaatsgevonden, wat in zeer beperkte gevallen wordt uitgelegd als de plaats waar de schade zichzelf heeft gemanifesteerd.

In mijn vorige conclusies heb ik duidelijk aangetoond dat de eventuele schade zich heeft gemanifesteerd lang voordat mijn website werd opgezet en dat die schade derhalve niet het resultaat van mijn website kan zijn, dan wel dat die schade zich hoofdzakelijk in Nederland manifesteert en derhalve niet in BelgiŽ voor de rechter gebracht kan worden. Ik merk op dat eiser dit argument slechts met stilte heeft beantwoord.

Eenzelfde stilte begroette mijn heldere argument dat indien de wetgever had gewild dat er uitzonderingen waren op de artikelen die vergen dat eiser zijn adres bekend maakt (art 43 en 702 GerWb), de wetgever die uitzondering wel vastgelegd zou hebben. In plaats van met een weerwoord te komen, introduceert eiser indirect bewijs in de vorm van een verklaring van een collega. Dat is halfslachtig. Ten eerste kan noch het waarheidsgehalte van deze verklaring worden onderzocht, noch kan het bestaan van de persoon die deze verklaring lijkt te hebben afgelegd worden gecontroleerd. Ten tweede: al mocht de verklaring volkomen waarheidsgetrouw zijn, dan kan daaruit hooguit afgeleid worden dat eiser in de jurisdictie van Antwerpen woont. De wet vergt echter dat eiser zijn adres opgeeft, niet de jurisdictie. Ten derde heb ik de verklaring in kwestie nimmer ontvangen. Tenzij deze verklaring op tijd bij de rechtbank is neergelegd, dient zij derhalve uit de stukken te worden geschrapt.

Volgens eiser

"blijft verweerder in gebreke aan te tonen welke concrete belangenschade hij lijdt of kan lijden."
Ik meen dat duidelijk is welke schade ik lijd:

  • Ik kan eiser niet op mijn beurt dagen.
  • Ik kan de kosten van dit geding, mochten die mij worden toegekend, niet incasseren.
Elk van deze redenen is op zich voldoende om de zaak nietig te verklaren. Bovendien is er, zoals eiser zelf al aangeeft in het aangehaalde citaat, geen actuele belangenschade nodig voordat de zaak nietig verklaard kan worden: het volstaat dat ik belangenschade kan lijden.

Om al deze redenen dient de dagvaarding niet ontvankelijk te worden verklaard dan wel nietig te worden verklaard.


Vorige
Boven
Volgende