manier voor eiser om zichzelf te verrijken: hij hoeft daartoe slechts de pagina keer op keer zelf op te roepen. Een dergelijke boeteconstructie druist in tegen alle principes van eerlijke behandeling. Ten tweede houdt deze vordering geen enkele rekening met de structuur van het Internet. Mijn gehele website is diverse malen in zijn geheel door onbekenden gedownload met het expliciete doel om diezelfde pagina's elders on-line te zetten indien ik genoopt zou worden ze te verwijderen. Zou ik inderdaad daartoe gedwongen worden, dan is het vrijwel zeker dat kopieŽn van de bewuste pagina's zouden opduiken in ArgentiniŽ, AustraliŽ en Azerbaidzjan: kopieŽn die door derden onderhouden worden, die buiten mijn controle vallen, en die even makkelijk vanuit BelgiŽ te benaderen zijn als momenteel het geval is met mijn eigen site. Dientengevolge zou een verbod tegen mij mijn recht op vrije meningsuiting schaden terwijl er met betrekking tot eisers belangen geen enkel doel bereikt wordt. Dit is de realiteit die eiser onder ogen dient te zien: de betreffende pagina's zullen nimmer van het Internet verwijderd worden, ongeacht het aantal rechtszaken dat hij wint of verliest. In tegendeel, hoe meer publieke aandacht eiser trekt door middel van deze rechtszaak, hoe meer bezoekers de pagina's zullen trekken. Hoe cynisch dit ook mag klinken: alle sancties tegen mij zullen mijn recht op vrijheid van meningsuiting inperken, zůnder dat eisers belangen ermee gediend worden.

Eiser vordert dat de rechtbank mij een verbod oplegt "tot verdere publicatie via welkdanig communicatiemiddel dan ook van lasterlijke commentaren en processtukken". Ten eerste is, voor zover ik heb begrepen, preventieve censuur niet toegestaan volgens de Belgische grondwet. Een publicatie mag nimmer worden verboden vooraleer die gepubliceerd is. Ten tweede kunnen processtukken op zich nimmer lasterlijk zijn, tenminste niet indien ze worden gepubliceerd als onderdeel van een objectieve citatie van een rechtszaak. Ten derde kan een verbod tot publicatie nimmer juridische evaluaties als "lasterlijk" bevatten. Een verbod dient volstrekt duidelijk te zijn voor degene aan wie het opgelegd wordt, en kan nooit vergen dat hijzelf de plaats inneemt van de rechter en op eigen risico dient uit te maken wat lasterlijk is en wat niet.


Bewijzen

Eisers bewijsstukken bestaan uit een stapel irrelevante documenten. Eiser presenteert interviews met Herman Brusselmans over diens opvatting over het leven en de politiek, interviews met Karin Spaink die niets hebben uit te staan met mijn Internetsite, proces-verbalen die amper enig verband houden met de beoordeling van deze rechtszaak. In deze chaos van onsamenhangende papieren valt voor mij niet uit te maken welke bewijsstukken wat moeten aantonen en waarom eiser ze van belang acht voor de zaak. Ik vorder daarom dat eiser specificeert welke documenten hij tegen mij als bewijs wil gebruiken en wat elk ervan beoogt te bewijzen. Ik verzoek bovendien dat de rechtbank eiser verplicht zulks te doen.

Een aantal documenten die in deze zaak worden gepresenteerd, zoals proces-verbalen, lijken door eiser van zijn werk te zijn meegenomen. Dat roept de vraag op of eiser -- die wat deze zaak betreft niets meer of minder is dan een gewone burger -- zijn positie gebruikt dan wel misbruikt heeft


Vorige
Boven
Volgende