Ik heb het dossier van de rechtbank gecontroleerd en heb geconstateerd dat het bewijs in kwestie, eisers stukken 61 - 73,
op tijd bij de rechtbank zijn neergelegd
niet, of niet op tijd, bij de rechtbank zijn neergelegd en derhalve van de inventaris moeten worden geweerd.


Conclusie

Ik houd vast aan mijn positie en aan al mijn eerdere argumenten, behalve waar ik expliciet het tegendeel beweerd heb. Ik zal de rechtbank later een samenvatting van mijn conclusies doen toekomen.



Om deze redenen behage het de rechtbank

  • deze zaak niet te voegen met die van eiser tegen Karin Spaink,
  • zich onbevoegd te verklaren om kennis te nemen van de vordering,
  • dan wel subsidiair de dagvaarding nietig te verklaren,
  • dan wel meer subsidiair eisers vorderingen ongegrond te verklaren en af te wijzen,
  • in ieder geval de uitbreiding van eisers vorderingen door de door hem geŽiste samenvoeging van zaken en solidaire aansprakelijkheid niet ontvankelijk dan wel ongegrond te verklaren en af te wijzen en
  • eiser te veroordelen tot de kosten van het geding.


Amsterdam, 2000-03-14



Zenon Panoussis


Vorige
Boven